cross-compound stoommachine Van den Kerchove

cross-compound stoommachine Van den Kerchove

Vlak buiten Barcelona, in het oude pompstation van de Aiguës de Barcelona, bevindt zich ook een prachtige cross-compound-stoommachine, vervaardigd door de Gentse firma n.v. Van den Kerchove.
Het oude pompstation wordt nu door de watermaatschappij als een parel bewaard, en in een deel ervan is een didactisch museum rond water en waterdistributie ondergebracht, het Museu Agbar de les Aigües.

De Gentse stoommachine is vanuit een plaform in het museum te bewonderen, maar staat nog in een operationele zone.
Tijdens het VVIA-bezoek aan Barcelona kregen we op 7 april j.l. echter uitzonderlijk toestemming om de ruimte te betreden en de machine van onder alle hoeken te fotograferen.
Het is een machine van 750 pk, met een hoge- en een lagedrukcylinder (respectievelijke diameters  0,783 m en 1,360 m). De machine dateert van ca 1905-1910 en dreef een stel pompen aan. Het was de eerste machine van het nieuwe pompstation, dat in 1909 klaar kwam.

 

Over Van den Kerchove
Het atelier voor machinebouw van Wan den Kerchove werd pgericht in 1825, en bouwde vanaf 1833 stoommachines. De firma wist zich vanaf het derde kwart van de 19de eeuw  op te werken tot één der spitsbedrijven op het vlak der stoommachinebouw, onder meer dankzij de Europese licentie op de Corliss-stoomverdeling. In 1875-76 bouwde Van den Kerchove de krachtigste Corliss-stoommachine ter wereld (2000 pk) voor de Gentse N.V. La Lys. In 1891 werd het een naamloze vennootschap, en voerde het uit naar zowat alle landen ter wereld. Gerenommeerde industriëlen, zoals Krupp in Duitsland en Schneider in Frankrijk bestelden er hun machines.
Intussen was de andere grote Gentse machineconstructeur, de NV Fabrieken Carels Gebroeders, met inbreng van buitenlands kapitaal omgevormd tot de Société d’ Electricité et de Mécanique of S.E.M.  Die nam in 1934 Van den Kerchove over. Na 1961 volgde dan de samensmelting met ACEC.
Een groot deel van het plannen archief van de firma Carels-Van den Kerchove - SEM werd gered, in totaal 98 lopende meter documenten, werd in het midden van de jaren 1970 gered en berust nu in het depot van het Rijksarchief in Beveren-Waas. Jammer genoeg heeft er nog steeds geen onderzoeker zijn tanden in gezet...

 

 

 

De Aiguës de Barcelona (Agbar) waren Belgisch

De watermaatschappij van Barcelona, die dit jaar zijn 150e verjaardag viert, was oorspronkelijk een Belgische vennootschap. Dat viel ons op toen we in het museum de oorspronkelijke statuten opmerkten, opgesteld bij een Brusselse notaris en gedrukt in Luik.

Op  19 juin 1867 werd de S.A. ‘Compagnie des Eaux de Barcelone’ opgericht met als voornaamste aandeelhouders het Crédit Général Liégeois, de Compagnie Générale des Conduites d’Eau en een aantal andere Belgische maar ook enkele Franse investeerders. De vennootschap kreeg een kapitaal van 4,5 miljoen Belgische frank van dat ogenblik,verdeeld over 9000 aandelen. De bedoeling ervan was om de stadsuitbreiding van Barcelona, de Eixample, van drinkbaar water te voorzien.
De maatschappij werd vanuit Luik beheerd, en ook de vergaderingen van de aandeelhouders vonden in deze stad plaats.

De Compagnie Générale des Conduites d'Eau , gesticht op 31 juli 1865 door Léopold de la Vallée-Poussin, was de historische opvolger van de oude gieterijen ‘Fonderies de Vennes’ in Luik, Ze was gespecialiseerd in de productie van gietijzeren leidingbuizen voor water en gas. De Compagnie Générale des Conduites d’Eau, zou in de loop van haar bestaan een gekende (Belgische) techniek gebruiken om de producten van haar dochter in het buitenland af te zetten: een vennootschap oprichten die een concessie kreeg, en dan al het materiaal en de onderdelen door de dochter-vennootschappen laten leveren. En als het werk klaar was en/of niet winstgevend bleek, of als er zich bijzondere opportuniteiten voordeden, de buitenlandse vennootschap verpatsen.
De Société Générale des Conduites d’Eau volgde ook in andere landen en regio's trouwens dezelfde techniek. Zo was ze ook vanaf 1867 betrokken bij de oprichting van de Compagnie des Eaux de la Banlieu de Paris, en nadien ook bij de watermaatschappijen van Utrecht en Arnhem. De Usines de Vennes waren voor de eeuwwisseling betrokken bij de aanleg van leidingen in Wenen, Locarno, Bukarest, Napels, Alicante, Tilburg, in België in Heverlee, Middelkerke, Vorst, Charleroi, Couvin, ...

Binnen de Barcelonese watermaatschappij werden de belangen van de Lyonese financiers (het Crédit Lyonnais, via de Société Lyonnaise des Eaux et de l’Éclairage) echter steeds belangrijker, terwijl de opdrachten voor de Usines de Vennes bleven binnenstromen. In een algemene vergadering in Luik werd op 6 januari 1882 beslist de Compagnie des Eaux de Barcelone te ontbinden, en het actief en het passief over te dragen aan ‘une nouvelle société anonyme française à constituer à Paris’.  De liquidatie werd definitief afgesloten op 28 november 1884.
Op 19 februari 1881 was in Parijs een naamloze vennootschap opgerichtr ‘Compagnie des Eaux de Barcelone’, met een maatschappelijk kapitaal van slechts 500.000 Franse frank. Deze en de Belgische vennootschap gingen op 31 januari 1882 op in de ‘S.A. Société des Eaux de Barcelone’ met een zetel in de Rue de Grammont in Parijs. Dat was ook de plek waar de Lyonese groepen gevestigd waren... De nieuwe watermaatschappij werd opgericht voor een duur van 99 jaar en kreeg een kapitaal mee van 15 miljoen Franse frank. Volgens een verslag over het boekjaar 1992-1993 bezat de Compagnie Générale des Conduites d’Eau 8881 aandelen van de Eaux de Barcelone, in 1903 8960 stuks - telkens met een nominale waarde van 500 Franse frank.