Wat een gemeenschapsminister beloofde...

Dertig jaar geleden...

Eind april 1985 organiseerde VVIA de vijfde Vlaams-Nederlandse Ontmoetingsdagen voor Industriële Archeologie, een eerste lustrum van die bijeenkomsten. Het waren drie intensieve dagen met lezingen, discussies en plaatsbezoeken in de Vlaamse Ardennen, in Ronse en Oudenaarde.
De slotzitting vond op 28 april plaats in het stadhuis van Oudenaarde.
De slotlezing zou gehouden worden door Karel Poma, Vlaams gemeenschapsminister van Cultuur (die toen zowel monumentenzorg als musea onder zijn bevoegdheid had). Die was echter op het laatste ogenblik verhinderd zodat kabinetschef A. Vermeulen de toespraak hield.
Het was een toespraak die bij al de aanwezigen een groot enthousiasme deed ontstaan, want ze bevatte tal van concrete voorstellen en beleidsopties om studie en behoud van het industrieel erfgoed de nodige vleugels te geven.

Namens de minister benadrukte zijn kabinetschef het belang van de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland en ook van de industriële geschiedenis en het behoud van het industrieel erfgoed. “Hoe zouden wij ook maar iets van onze hedendaagse maatschappij kunnen begrijpen zonder inzicht in het ontstaan en in de dynamiek van de industriële en post-industriële periodes ? Hoe zouden wij een voorstelling kunnen maken van de wijze waarop onze voorgangers de industriële revolutie hebben bewerkstelligd, zonder de instandhouding van de materiële getuigen uit ons industrieel verleden ?”
Hij stelde dat de industriële archeologie in België maar moeizaam uit de startblokken kwam, en dat een hele achterstand moet ingehaald worden. Het was het vrijwilligersveld dat de discipline in België introduceerde en aan de basis lag van de eerste acties.