Vlaams industrieel erfgoed moet ook Europees gaan...

Met de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie hebben we steeds over de grenzen gekeken - letterlijk én figuurlijk.
Er waren en zijn onze uitwisselingen met Britse collegae, de samenwerking met Nederland en Noord-Frankrijk, de verbroedering met de Catalaanse vereniging voor industriële archeologie, ons engagement voor E-FAITH, de Europese Federatie van Verenigingen voor Industrieel en Technisch Erfgoed.
Zo leerden we veel, deden we inspiratie op... en konden we aldus ook nieuwe ideeën naar Vlaanderen vertalen. We moeten niet altijd het warm water opnieuw uitvinden.
Het valt ons echter op dat niet alleen vrijwilligers en industrieel erfgoedverenigingen, maar ook beleidsmensen, ambtenaren en z.g. ‘experten’ en expertisecentra zo weinig naar ‘elders’ kijken. We kijken te veel naar de eigen kerktoren (sorry ‘fabrieksschoorsteen’), blijven daardoor op een, eiland zitten en bemerken niet hoe het water om ons heen klotst en sneller en sneller stijgt.
We overschrijden geen grenzen.
We hebben weinig chauvinisme over wat Vlaanderen industrieel en technisch in de wereld betekent en betekende. Dat er bv in Sevilla voor de faculteit ingenieurswetenschap, als monument, een grote stoommachine staat die in Gent gebouwd werd. Of als we in het buitenland naar een brug kijken, z.g. van Eiffel, maar gebouwd door de ‘Société de Constructions de Willebroeck’ (zoals de Ponte Dom Luís, 1886, in Porto) of een brug ontworpen door 'onze' Vierendeel. Onze tentoonstelling ‘Beschermd Industrieel Erfgoed in Vlaanderen’ was te zien in één van de gebouwen van de ex-Lenin-scheepswerf in Gdansk, waar collega’s vol bewondering waren voor wat we in de voorbije 40 jaar beschermd hebben en hoe we het aanpakken. Vanaf 14 December tot Pasen 2017 staat ze in Barcelona...
Met weinig middelen, zonder subsidies, proberen we ons industrieel en technisch erfgoed niet alleen in Vlaanderen maar ook elders bekend te maken.

Het over de grens trekken gebeurt véél te weinig.
Dat heeft gevolgen.
Vlaanderen slaagt er onvoldoende in om zich met zijn industrieel erfgoed in Europa,  zelfs maar even over de grens te profileren.
Steek maar even de zuidgrens over en vraag - zelfs aan insiders - wat ze weten over onze industriële musea en sites. Zo goed als niets. Men verwijst dan op de eerste plaats naar Le Grand Hornu en de Waalse industriële sites die opgenomen zijn in de lijst van het UNESCO werelderfgoed (vier steenkoolmijnen en de scheepsliften van het Centrum-kanaal). Ze horen dan verbaasd dat we in Vlaanderen ook steenkoolmijnen hadden en dat we zelfs ooit de meest vooruitstrevende beschermingspolitiek voor deze mijnen voerden.
Het Belgische bier zal nu wel promotie krijgen en door meer kelen vloeien - maar hoe zullen we daarvan gebruik maken om het materiële brouwerfgoed, de sites en de collecties in/van musea tot hun recht te laten komen ? En er is nog zo veel méér te vertellen over ons industrieel erfgoed.
Daardoor maken de Vlaamse initiatieven rond industrieel en technisch erfgoed ook weinig gebruik van de mogelijkheden die geboden worden via de verschillende programma van de Europese Commissie.

Met de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie hebben we in 2015-2016 kunnen meespelen in een via het COSME-programma gesubsidieerde project EumillennialsTOUR. Dat had de bedoeling educatief industrieel erfgoedtoerisme voor jongeren ouder dan 15 jaar te ontwikkelen. We deden er heel wat ervaring in op, en een aantal Vlaamse organisaties en verenigingen die er bij betrokken werden ook. De evaluatie - wat goed en minder goed verliep - is nu bezig.

En zopas konden we mee stappen in een ander COSME-project “Genius Loci dat het industrieel en technisch erfgoed van KMO’s wil promoten en ontsluiten. Het is een project waar partners bij betrokken zijn uit Italië, Hongarije, Malta en Spanje, en waar E-FAITH zijn Europees netwerk en expertise aan toevoegt.
Voor Vlaanderen ligt dat KMO-thema natuurlijk goed, want we waren traditioneel een regio met dynamische kleine bedrijven, die vanalles en nog wat produceerden en commercialiseerden.
Maar ook de drie speerpunten die die door het consortium uitgekozen werden liggen ons bijzonder goed:
•    brouwen, mouten en stoken
•    kleiverwerking
•    textiel, met nadruk op traditioneel weven en het bereiden van textiele vezels.

In een eerste fase konden musea, beheerders van sites en traditionele kleinschalige bedrijven - door een vragenlijst in te vullen - zich kandidaat stellen voor een gratis Industriana-label, een herkenningsteken met QR-code die in heel Europa het industrieel en technisch erfgoed moet aanduiden en ontsluiten. Er werd uit alle landen massaal op deze oproep gereageerd, vanuit Vlaanderen (met uitzondering van de drankensector) maar beperkt. Vooral alles wat met textiel te maken heeft liet het afweten...

In een tweede fase worden ontsluitingsprogramma’s voor de drie thema’s ontwikkeld, die via Genius Loci in alle Europese landen bekendgemaakt en gepromoot zullen worden.
VVIA maakt zich sterk dat we een aantal pakketten kunnen uitwerken, diende een reeks voorstellen in, met als resultaat dat we zullen (moeten) gaan voor

1. Een pakket rond steen- en pannenbakkerijen, gecentreerd op (uiteraard) de Rupelstreek maar met ook verwijzingen naar sites daarbuiten zoals restanten van vroegere steen- en pannenbakkerijen, herbestemde gebouwen, en kleigroeven die nu natuurgebieden geweest zijn. Wat heeft Vlaanderen te bieden dat verbonden is met de uitbating van de rijke kleilagen die we hebben ?

2) Een pakket rond het erfgoed en de geschiedenis van brouwen, mouten en (jenever) stoken - zonder de hop en de met ons bier verbonden traditionele gastronomie te vergeten. Hier zouden we in elke provincie een deelpakket willen uitwerken, want het erfgoed van deze sector is te rijk om alles in één doos geduwd te krijgen

3) Voor wat de geschiedenis en het erfgoed van de textielsector betreft rees binnen de internationale stuurgroep de idee een project op te zetten dat vanaf de Franse grens tot aan de Nederlandse grens zou lopen, grosso modo aan weerskanten van de E17 en de E19. Het bleek immers dat op deze lijn heel de textielgeschiedenis vanaf de Middeleeuwen tot nu kan verhaald worden, met alle soorten grondstoffen (van vlas via wol, zijde, hennep,... tot kunstvezels), alle technieken en toepassingen en alle afgewerkte producten. Dit zou een unicum in Europa zijn - zeker indien de lijn later zou kunnen doorgetrokken worden tot de grote Noord-Franse textielcentra (o.m. Roubaix en Tourcoing) en tot het zuiden van Nederland (o.m. in Wouw, Tilburg en Geldrop). Jammer genoeg was de Vlaamse respons voor wat de textielsector betreft zeer beperkt, zodat er terecht vragen gesteld werden over de haalbaarheid.
Maar we willen het toch proberen, en indien het niet lukt ons eventueel terugplooien op één van de andere voorgestelde thema’s.

De algemene coördinatie van de projecten en de thema’s zal gebeuren door VVIA en zijn provinciale afdelingen.
 

In de loop van december en januari zullen we voor elk van deze thema’s een brainstorming organiseren, waar iedereen die een handje wil toesteken bij betrokken zal worden.
Wil je meewerken ?
Wil je jouw museum, je site, je project ook een Europese dimensie geven ?
Ben je bereid verder te kijken dan jouw fabrieksschoorsteen ?

neem dan zo spoedig mogelijk contact met het centraal secretariaal van VVIA.