Kolenwasserij Beringen: procedure gestart tot gedeeltelijke opheffing bescherming ???

zondag, 2 september 2018
VVIA - afd Limburg
wat bedreigd is door het voorstel tot wijziging van de beschermingwat bedreigd is door het voorstel tot wijziging van de beschermingWat volgens de voorstelling van Be-Mine in de plaats zou komen
We proberen deze webpagina tijdens de volgende dagen actueel te houden
Laatste aanpassing van deze webpagina: 05-09-2018, 16:54 - persartikels toegevoegd

 

 

 

De Vlaamse Vereniging voor Industriële Archelogie heeft zich, samen met een reeks plaatselijke verenigingen, tijdens voorbije maanden krachtdadig verzet tegen de geplande sloping van een groot deel van de beschermde kolenwasserij van Beringen.

De kolenwasserij werd opgenomen in de shortlist van The 7 Most Endangered erfgoedsites in Europa, en - alhoewel zij de definitieve lijst van zeven net niet haalde - betekende dit een expliciete erkenning van het Europese belang ervan.
Er werd desondanks een (inmiddels ook juridisch betwiste) slopingsvergunning afgeleverd voor een wettelijk beschermd pand. Zoiets kan o.i. niet, is een negatie van de erfgoedwetgeving en een ernstig precedent. Motivatie die gegeven werd is “in slechte toestand en behoud te duur”.  Dit zijn argumenten die in de erfgoedzorg niet mogen gebruikt worden - in feite mag enkel het verlies van en/of het ontbreken van erfgoedwaarden de opheffing van een bescherming en een sloping verantwoorden.
Het verlies c.q. van erfgoedwaarde werd echter nergens concreet aangetoond. De slechte toestand is een gevolg van een totaal gebrek aan onderhoud vanwege de eigenaar en de huidige projectontwikkelaar - en is derhalve strafbaar. Artikel 6.4.1. van het Vlaamse decreet onroerend erfgoed bepaalt nl. "De zakelijkrechthouders en gebruikers van een beschermd goed behouden het in goede staat door de nodige instandhoudings-, beveiligings-, beheers-, herstellings- en onderhoudswerken". In de loop van voorbije decennia heeft de Vlaamse Overheid dat echter steeds - bewust of onbewust - voor de kolenwasserij door de vingers gezien.

Door het slopen van de delen (w.o. het oudste deel) zou een groot stuk van het historische verhaal verloren gaan, en wordt ook de schaal van het complex sterk herleid.
Maar sloping van delen of het geheel van een beschermd monument kan ook niet zomaar. Inderdaad, bescherming als monument heeft precies de bedoeling om dit tegen te gaan, om het erfgoed te behouden en het verder zijn verhaal te laten vertellen.
Grote stukken van een beschermd pand zomaar slopen is in tegenspraak met alle principes van de monumentenzorg. Men gaat bij een beschermde neogotische kerk ook niet het grootste stuk van het schip slopen, terwijl men de zijbeuken, de sacristie en een stuk van de toren laat staan. Om dan te beweren dat men op een verantwoorde wijze met erfgoed omgegaan is...
Voor (delen van) beschermde gebouwen kan geen sloping toegestaan worden zonder (gedeeltelijke) opheffing van de bescherming, en dat daarvoor de in het decreet vereiste procedure dient gevolgd te worden,, zie  art. 6.2.1. en art. 6.2.3. van het decreet  Onroerend Erfgoed, dat inzake procedure stelt : "De gehele of gedeeltelijke wijziging of opheffing van een besluit tot definitieve bescherming in de gevallen, vermeld onder artikel 6.2.1, 1° tot en met 3°, gebeurt onder de voorwaarden en in de vorm vastgesteld voor de bescherming in artikel 6.1.2, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.13, 6.1.15, 6.1.16, 6.1.17 en 6.1.18."
Dit houdt o.m. een openbaar onderzoek en een advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed in. Indien deze procedure niet strikt gevolgd wordt, kan een procedurefout ingeroepen worden, desnoods voor de Raad van State.
De slopingsvergunning werd indertijd verleend zonder dat deze procedure gevolgd was. Dus op zijn minst aanvechtbaar... en veel kans dat ze daardoor zou vernietigd worden.

Dat laatste wil men waarschijnlijk vermijden - gezien de ervaringen die de Vlaamse Overheid heeft met een reeks gelijkaardige procedures (Ring Antwerpen, Uplace,...)
Omwille van het protest kan men nu dus blijkbaar niet anders dan één en ander rechttrekken en moet, liefst zo snel mogelijk, de bescherming ‘aangepast’ worden.

We vernemen zopas vanuit Beringen dat een procedure zou opgestart zijn tot “gedeeltelijke opheffing van de bescherming van kolenwasserij en -zeverij”.
Het betreft - naar wij vernemen - zowel kolenwasserij 1 als kolenwasserij 3 en de zifterij. Voor kolenwasserij 1 werd in maart j.l. een sterk betwiste slopingsvergunning afgeleverd.
Met andere woorden - eerst een slopingsvergunning geven, en dan nog rap rap de bescherming in overeenstemming brengen met een “fait accompli”. Ofte de kar voor het paard spannen, en nadien een paard proberen te vinden dat die kar nog wil trekken... Een beetje kafkaiaans surrealisme ...
Na de VCOE moet er (art. 6.1.7) ook door de gemeente een openbaar onderzoek georganiseerd worden - maar daarvan is nu nog geen spoor terug te vinden in Beringen (zie verder onderaan)

Naar men ons meldt zouden in de loop van (einde ?) oktober de adviezen moeten binnen zijn... - op 14 oktober zijn het gemeenteraadsverkiezingen. Of zulks er iets mee te maken heeft ?

‘Adviezen’ zijn echter maar ‘adviezen’ en de minister - die moet beslissen - kan daarvan afwijken. ‘Adviezen’ zijn immers niet bindend.
Mochten de verschillende adviezen niet in dezelfde lijn zijn - en zelfs indien ze dat wel zouden zijn, dan vrezen we dat de financiële en politieke druk zo groot zal zijn dat de minister zal afwijken.

Het wordt dus spannend.
We roepen alvast iedereen, verenigingen en individuele personen, op om  een protest te zenden - best per aangetekende brief

  • aan de Minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed, Minister Geert Bourgeois - Martelaarsplein 19,1000 Brussel
    met kopie aan
  • het Agentschap Onroerend Erfgoed, Havenlaan 88 bus 5, 1000 Brussel
    en dring aan dat er met jouw protest/bezwaar zou rekening gehouden worden bij het nemen van een beslissing.
    Vraag ook om op de hoogte gehouden te worden van het verloop van de procedure en de beslissing(en).

Men dient ook goed in het oog te houden wanneer en hoe het openbaar onderzoek in Beringen gevoerd wordt, en wat het standpunt van de gemeente zal zijn. Nadat het schepencollege indertijd een slopingsvergunning weigerde, keerde het zijn kar onder zware politieke en andere druk. De burger van Beringen kan dat bij zijn/haar verdikt op 14 oktober in gedachte houden.
Op het ogenblik van het Openbaar Onderzoek dienen zo veel mogelijk mensen, organisaties, hun bezwaren bij de gemeente Beringen in te dienen. Deze zal daarvan een verslag moeten opstellen - en ook dat moet men goed opvolgen. Wij zullen jullie hiervan tijdig informeren.

Op 9 september, Open Monumentendag, is er een Mijnhappening in Beringen, volgens het OMD-programma "De mijnsite van Beringen werd in 1993 integraal beschermd als erfgoed. Het is de enige mijnsite in Limburg waar het industriële hart van de mijn bewaard werd, en hierdoor is ze ook uniek in Europa." Voorlopig is ze nog 'integraal'.
Misschien is 9 september een ideale dag om de tegenstand tegen in Beringen en daarbuiten tegen de sloopplannen te tonen.
 

Over de procedure
Vanuit het Agentschap Onroerend Erfgoed kregen we, als reactie op deze webpagina, een toelichting over het verloop van de procedure
Waarvoor onze dank.
Wij geven deze informatie hierbij en onthouden dat de burger zijn bezwaren kan kenbaar maken nadat de minister een (voorlopige) beslissing genomen heeft - en zijn van oordeel dat het alvast niet slecht is dat de burger nu reeds aan de minister en zijn administratie laat weten dat hij geen voorstander is van een beslissing om de bescherming (gedeeltelijk) op te heffen

"Het is logisch dat er nog geen aankondiging is voor een openbaar onderzoek. De minister vraagt de VCOE om advies voorafgaand aan de voorlopige gedeeltelijke opheffing. Er is op vandaag nog geen beslissing genomen. Nadatde minister deze voorlopige beslissing heeft genomen, vraagt het agentschap  Onroerend Erfgoed aan de betrokken gemeente om een openbaar onderzoek te organiseren. Dat openbaar onderzoek komt er dus nog wel degelijk aan.

Het is tijdens dat openbaar onderzoek dat burgers en verenigingen bezwaar kunnen indienen tegen de intentie tot gedeeltelijke opheffing van de bescherming. De opheffing is namelijk pas definitief nadat de minister een definitieve beslissing heeft genomen. Het openbaar onderzoek is een fundamentele stap voor die beslissing.

De VCOE geeft de minister advies. Bij een gehele of gedeeltelijke opheffing van een bescherming is de VCOE trouwens de enige adviesinstantie. Het advies wordt ingewonnen vóór de minister een beslissing neemt. De VCOE bestaat uit 14 onafhankelijke experten en 7 vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Een bezwaar indienen bij de VCOE is niet voorzien in de procedure. Er is trouwens nog geen beslissing genomen waartegen bezwaar kan worden gemaakt."

(e-mail van het Agentschap Onroerend Erfgoed aan VVIA afd Limburg, 03-09-2018, 17:25)

 

In de pers